Joop de Groot en Monique Koeman
Joop de Groot en Monique Koeman
Wie wat waar?
Joop & Monique
Joop de Groot / Monique Koeman,
Sonnenburg 2, Alkmaar
Laten wij wat rijmelen:

(Sonnet bij Monique's verjaardag)

Al vijftig, de tijd valt niet te smoren
Je gaat nog wel met opgeheven kin
Maar van prinses word je vorstin
Je laat je minder gauw verstoren

Je leeft nu minder voor de min
Je vindt het nodig je te schoren
Op jouw pad wil jij geen doorn
Je trapt er niet meer in

Haha, moet je hem nu horen...
Hij grapt over zijn tijgerin
Er gaan juist weidse verten gloren
Vijftig is een nieuw begin
Nee, niets is er verloren
Het leven heeft nu eindelijk zin
't Is tijd om te ontsporen

        *  *  *

(bij Monique's 49e verjaardag)

We zijn in 't huwen nu vervlochten
en kunnen er niet meer omheen:
hoe wij er ook tegen vochten
we zijn nu naar ik meen

gedoemd voor eeuwig in elkanders armen
de hele weg tezamen af te gaan.
Jij moet je aan mijn liefde warmen
in het besef dat jouw bestaan

is opgehangen aan die rare man,
die wederkerig jou is toegewijd
maar zich nog amper denken kan
dat liefde voor altijd

ook hem lijkt toe te vallen,
o hem die slechts leek voorbestemd
tot dronken lallen
en door niemand werd geremd

bij het uiten van zijn wijs-
heden - gelukkig maar o schat
want zijn gekrijs
was alles wat hij had.

Maar mijn leven is verrijkt,
dat van jou heeft ingeboet,
wij vallen samen, en het lijkt
ons leven is nu goed.

Want nieuwe wijsheid,
die van de jaren,
die opkomt met de grijsheid
en zich uit in 't laten varen

van de drang te zoeken
naar dat wat onbereikbaar buiten
onze grenzen ligt, in hoeken
waar wij met angstig fluiten

het donker trachten te bezweren,
heeft bij ons postgevat.
Die wijsheid kwam zich installeren
als op schoot een luie kat

die zich door niets nog laat verstoren:
Ik zit hier goed
en knoop het in je oren:
je bent bij mij voor tegenslag behoed!

O wijsheid, alles laten varen
en al het kleine ons beschoren
doet ons na zoveel jaren
opnieuw worden geboren.

O liefde, kleiner kan de mens niet gaan.
Als een zere kies bepaalt ons reilen,
zo brengt de liefdeszucht stilaan
in ons teweeg onduid'lijk ijlen

die ons doet opgaan in een ledigheid
waarin wij heel mooi passen
en die wat groot wil zijn ontwijdt
om ons uiteind'lijk te verrassen:

nog slechts bepaald op kleine dingen
- het grote ging voorbij -
wil ik nog enkel liedjes zingen.
Gelukkig luister jij naar mij.

 
 
Ik denk weleens
n Er is geen leven voor de dood
n Zonder onrecht vaart niemand wel
n Het leven is een noodzakelijk kwaad
n (Enzo)